Kaarsen gieten: zo giet je zelf kaarsen in een mal
Kaarsen gieten is een veelgebruikte techniek bij het zelf maken van vrijstaande kaarsen. Je plaatst een geschikte lont in een kaarsenmal, smelt kaarsenwas die voor vormkaarsen bedoeld is en giet de vloeibare was voorzichtig in de voorbereide mal. Daarna laat je de kaars volledig afkoelen en uitharden voordat je deze uit de mal haalt.
Een goed resultaat begint al vóór het gieten. De gekozen was, lont, mal, verwerkingstemperatuur en manier van afkoelen hebben allemaal invloed op de uiteindelijke kaars. Op deze pagina leggen we het gietproces stap voor stap uit.
Wat heb je nodig om kaarsen te gieten?
Voor een eenvoudige gegoten kaars heb je in ieder geval nodig:
- kaarsenwas die geschikt is voor vorm- of pillar-kaarsen;
- een geschikte kaarsenmal;
- een passende kaarsenlont;
- een smeltpan, gietkan of geschikte smeltketel;
- een thermometer;
- een weegschaal;
- hulpmiddelen om de lont te bevestigen en te centreren;
- eventueel kaarsenkleurstof;
- eventueel geurolie die geschikt is voor kaarsen.
Een overzicht van basis- en extra hulpmiddelen vind je in wat heb je nodig om kaarsen te maken.
Welke kaarsenwas gebruik je om kaarsen te gieten?
Voor een vrijstaande gegoten kaars heb je een was nodig die na het afkoelen voldoende hard en vormvast wordt. Een zachte containerwas die bedoeld is voor kaarsen in glazen of potjes is daarom niet automatisch geschikt voor een vormkaars.
Afhankelijk van het soort kaars kunnen bijvoorbeeld geschikte paraffinewassen, paraffine-stearinemengsels, bijenwas of plantaardige pillar-wassen worden gebruikt.
Controleer altijd of de specifieke was volgens de productspecificatie geschikt is voor vorm- of pillar-kaarsen. Meer uitleg over de verschillende soorten was vind je in welke kaarsenwas kiezen voor zelf kaarsen maken.
Welke kaarsenmal kun je gebruiken?
Kaarsenmallen bestaan in verschillende materialen, vormen en afmetingen. Welke mal geschikt is, hangt af van het type kaars dat je wilt maken en de was waarmee je werkt.
Zorg voordat je begint dat de mal schoon, droog en geschikt is voor het verwerken van kaarsenwas. Controleer bij een specifieke mal ook hoe de lont wordt aangebracht en hoe de uitgeharde kaars later uit de mal wordt verwijderd.
Een vorm met veel fijne details kan hogere eisen stellen aan de gekozen was en verwerking dan een eenvoudige gladde cilindervorm.
Stap 1: bereid de kaarsenmal voor
Zet de mal stabiel neer en controleer of deze schoon en volledig droog is.
Breng vervolgens de lont aan volgens de werkwijze die bij de betreffende mal hoort. Bij sommige mallen loopt de lont door een opening in de mal. Bij andere systemen wordt de lont op een andere manier bevestigd.
Zorg dat de lont zo recht mogelijk door het midden van de toekomstige kaars loopt en zet hem vast zodat hij tijdens het gieten niet verschuift.
Stap 2: kies en plaats de juiste lont
De juiste lont hangt onder andere af van de gebruikte was, de diameter van de kaars en eventuele geur- en kleurstoffen.
Kies de lont daarom niet uitsluitend op basis van de buitenmaat van de mal. Gebruik een toepassingsadvies voor de betreffende was en lont als uitgangspunt en controleer de uiteindelijke combinatie met een brandtest.
Meer informatie vind je in onze keuzehulp welke kaarsenlont kiezen.
Stap 3: smelt de kaarsenwas
Weeg de benodigde hoeveelheid kaarsenwas af en smelt deze rustig en gecontroleerd.
Dat kan bijvoorbeeld met een dubbelwandige au-bain-marie-smeltpan, een gewone pan met water en een aparte smeltkan of een geschikte smeltketel.
Controleer de temperatuur van de was met een thermometer en volg de verwerkingsinformatie van de specifieke was. Er bestaat geen universele smelt- of verwerkingstemperatuur voor alle vormkaarswassen.
Bekijk voor deze stap de uitgebreide uitleg over kaarsenwas smelten.
Stap 4: voeg eventueel kleurstof toe
Wil je een gekleurde vormkaars maken, voeg dan een kleurstof toe die geschikt is voor verwerking in kaarsenwas.
Meng de kleurstof rustig en zorgvuldig door de vloeibare was. Houd rekening met de aanbevolen dosering van het specifieke product en beoordeel de uiteindelijke kleur bij voorkeur pas nadat een kleine hoeveelheid was is afgekoeld.
Meer hierover lees je bij kaarsen kleuren met kleurstof.
Stap 5: voeg eventueel geurolie toe
Ook een gegoten vormkaars kan met geschikte geurolie worden gemaakt wanneer de gebruikte was en geurstof daarvoor geschikt zijn.
Gebruik geen universeel geurpercentage voor iedere kaarsenwas. De maximale geurbelasting en geschikte verwerkingstemperatuur verschillen per product.
Meer informatie over geurstoffen vind je in geurolie voor kaarsen: welke gebruik je en hoeveel.
Stap 6: giet de kaarsenwas in de mal
Controleer voordat je gaat gieten of de mal stabiel staat en de lont nog correct is geplaatst.
Giet de vloeibare kaarsenwas vervolgens rustig en gecontroleerd in de mal. Probeer niet onnodig veel lucht in de was te brengen en zorg dat de was de vorm gelijkmatig kan vullen.
Laat indien mogelijk wat ruimte over wanneer de verwerkingsinstructie van de gebruikte was aangeeft dat later bijgieten nodig kan zijn.
Op welke temperatuur moet je kaarsen gieten?
Er bestaat geen universele giettemperatuur voor alle kaarsen. De geschikte temperatuur hangt onder andere af van:
- het type en de samenstelling van de kaarsenwas;
- de vorm en het materiaal van de mal;
- eventuele kleur- en geurstoffen;
- de omgevingstemperatuur;
- het gewenste eindresultaat.
Volg daarom de aanbevolen giettemperatuur van de specifieke was die je gebruikt en meet deze met een thermometer.
Een algemene temperatuur van internet overnemen voor een andere was kan juist tot een slechter resultaat leiden.
Moet je een kaarsenmal voorverwarmen?
Bij sommige combinaties van was en mal kan een iets warmere mal helpen om grote temperatuurverschillen tijdens het gieten te beperken. Dat betekent niet dat iedere kaarsenmal standaard moet worden verwarmd.
Volg hiervoor de aanbevelingen van de gebruikte was en mal. Wanneer je experimenteert, verander dan één factor tegelijk zodat je kunt beoordelen wat het effect op het oppervlak en de afkoeling is.
Stap 7: laat de gegoten kaars rustig afkoelen
Zet de gevulde mal op een stabiele plaats en laat de kaars rustig afkoelen.
Verplaats de mal tijdens het stollen zo weinig mogelijk en probeer grote temperatuurwisselingen of sterke tocht te vermijden. De buitenzijde van een dikke kaars kan eerder stollen dan het binnenste gedeelte, waardoor tijdens het afkoelen spanningen en krimp kunnen ontstaan.
Laat de kaars voldoende tijd krijgen. Sneller afkoelen is niet automatisch beter.
Waarom ontstaat er een kuil of gat rond de lont?
Veel soorten kaarsenwas krimpen tijdens het afkoelen. Vooral bij dikkere vormkaarsen kan daardoor rond de lont of in het midden van de kaars een verdieping of holte ontstaan.
Dat betekent niet automatisch dat je verkeerd hebt gegoten. Hoe sterk het verschijnsel optreedt hangt onder andere af van het type was, de vorm van de kaars, giettemperatuur en afkoeling.
Bij sommige wassen en toepassingen kan een tweede gieting nodig zijn om een ontstane verdieping op te vullen. Volg daarbij de verwerkingsinformatie van de gebruikte was en werk voorzichtig zodat de eerste gieting niet onnodig wordt beschadigd.
Moet je een gegoten kaars altijd een tweede keer bijgieten?
Nee. Niet iedere was en niet iedere vormkaars heeft een tweede gieting nodig.
Sommige wassen krimpen tijdens het afkoelen duidelijker dan andere. Bij bepaalde pillar-wassen kan nauwelijks bijgieten nodig zijn, terwijl bij andere wassen rond de lont een duidelijke krimpholte ontstaat.
Beoordeel daarom het resultaat en volg het advies van de specifieke was in plaats van bij iedere kaars automatisch een tweede gieting uit te voeren.
Stap 8: haal de kaars uit de mal
Haal de kaars pas uit de mal wanneer deze volledig is afgekoeld en voldoende is uitgehard. Een nog warme of zachte kaars kan tijdens het lossen vervormen of beschadigen.
Volg bij het verwijderen de instructies van de gebruikte mal. Forceer de kaars niet wanneer deze nog vastzit.
Blijft een kaars structureel moeilijk uit de mal komen, controleer dan of de gebruikte was daadwerkelijk voor vormkaarsen is bedoeld en of de mal geschikt, schoon en onbeschadigd is.
Waarom komt mijn kaars niet goed uit de mal?
Een moeilijk lossende kaars kan verschillende oorzaken hebben. Mogelijkheden zijn onder andere:
- de kaars is nog onvoldoende afgekoeld of uitgehard;
- de gebruikte was is niet geschikt voor vrijstaande vormkaarsen;
- de mal heeft een vorm waardoor voorzichtig lossen extra belangrijk is;
- de specifieke mal vraagt om een eigen losmethode;
- de kaars of mal is tijdens het afkoelen vervormd.
Probeer een vastzittende kaars niet met kracht los te trekken wanneer daardoor de kaars of mal kan beschadigen.
Waarom ontstaan luchtbellen in een gegoten kaars?
Lucht kan tijdens het mengen of gieten in de vloeibare was terechtkomen. Ook ingewikkelde vormen kunnen het moeilijker maken voor de was om ieder deel van de mal zonder luchtinsluiting te vullen.
Meng rustig en giet gecontroleerd. Wanneer bij meerdere testkaarsen steeds dezelfde luchtbellen ontstaan, kijk dan naar de manier van mengen, giettemperatuur, snelheid van gieten en vorm van de mal.
Waarom scheurt een gegoten kaars?
Scheuren kunnen ontstaan wanneer verschillende delen van de kaars tijdens het afkoelen ongelijk krimpen.
De gebruikte was, giettemperatuur, formaat van de kaars en afkoelomstandigheden kunnen allemaal een rol spelen.
Laat de mal daarom rustig afkoelen en vermijd extreme temperatuurverschillen. Wanneer hetzelfde probleem blijft terugkomen, verander dan bij een volgende test één variabele tegelijk.
Waarom is het oppervlak van mijn kaars niet glad?
Het uiteindelijke oppervlak wordt beïnvloed door de eigenschappen van de was, temperatuur, mal en manier van afkoelen.
Een kleine oneffenheid betekent niet automatisch dat een kaars mislukt is. Vooral bij natuurlijke wassen kunnen verschillen in structuur en kristallisatie zichtbaar zijn.
Noteer bij testkaarsen je was, giettemperatuur en afkoelomstandigheden zodat je verschillende resultaten kunt vergelijken.
Test de gegoten kaars voordat je meerdere exemplaren maakt
Een mooi uitziende kaars is niet automatisch een goed brandende kaars. Laat de kaars volledig uitharden en voer vervolgens een brandtest uit.
Let onder andere op:
- de grootte en stabiliteit van de vlam;
- de ontwikkeling van de smeltpoel;
- eventuele tunneling;
- rook- en roetvorming;
- het gedrag van de lont;
- of de kaars stabiel en gelijkmatig brandt.
Loop je tegen een probleem aan, bekijk dan problemen bij zelf kaarsen maken: oorzaken en oplossingen.
Veilig zelf kaarsen gieten
Bij het gieten werk je met hete vloeibare was. Zorg daarom voor een stabiele, opgeruimde en hittebestendige werkplek.
- Gebruik materialen die geschikt zijn voor het smelten en gieten van kaarsenwas.
- Controleer de temperatuur met een thermometer.
- Laat verwarmde of gesmolten was niet onbeheerd achter.
- Voorkom dat water in de gesmolten was terechtkomt.
- Giet rustig en verplaats hete was voorzichtig.
- Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van de werkplek.
- Volg de instructies van de gebruikte was en mal.
Wil je het volledige maakproces nog eens bekijken? Ga dan terug naar zelf kaarsen maken: stap voor stap.
Kaarsenmallen en benodigdheden bekijken
Wil je na het lezen bekijken welke materialen beschikbaar zijn? Bekijk dan het assortiment kaarsenmallen voor zelf kaarsen maken en de beschikbare hulpmiddelen voor kaarsen maken.
Veelgestelde vragen over kaarsen gieten
Welke kaarsenwas gebruik je voor kaarsen gieten?
Gebruik voor een vrijstaande gegoten kaars een was die volgens de productspecificatie geschikt is voor vorm- of pillar-kaarsen. Een zachte containerwas is niet automatisch geschikt om na het lossen uit een mal zelfstandig zijn vorm te behouden.
Op welke temperatuur moet je kaarsen gieten?
Er bestaat geen universele giettemperatuur voor alle kaarsenwas. De geschikte temperatuur verschilt per soort en samenstelling van de was en kan daarnaast worden beïnvloed door de mal, toevoegingen en omgeving. Volg daarom de productspecificaties van de gebruikte was.
Moet je een kaarsenmal voorverwarmen?
Niet altijd. Bij sommige combinaties van was en mal kan een iets warmere mal helpen om grote temperatuurverschillen tijdens het gieten te beperken. Volg hiervoor de aanbevelingen van de gebruikte was en mal.
Waarom ontstaat er na het gieten een kuil rond de lont?
Kaarsenwas kan tijdens het afkoelen krimpen. Vooral bij dikkere vormkaarsen kan daardoor rond de lont of in het midden een verdieping ontstaan. Bij sommige soorten was kan een tweede gieting nodig zijn om deze op te vullen.
Moet je een gegoten kaars altijd een tweede keer bijgieten?
Nee. De hoeveelheid krimp verschilt per soort kaarsenwas en toepassing. Beoordeel het resultaat en volg de verwerkingsinformatie van de gebruikte was voordat je besluit opnieuw bij te gieten.
Wanneer kun je een kaars uit de mal halen?
Haal een kaars pas uit de mal wanneer de was volledig is afgekoeld en voldoende is uitgehard. Een nog warme of zachte kaars kan bij het lossen vervormen of beschadigen.
Waarom komt mijn kaars niet uit de mal?
De kaars kan nog onvoldoende zijn uitgehard, de gebruikte was kan niet geschikt zijn voor vormkaarsen of de mal kan een specifieke losmethode vragen. Forceer de kaars niet en controleer eerst de eigenschappen van was en mal.
Waarom ontstaan er luchtbellen in een gegoten kaars?
Lucht kan tijdens het mengen of gieten in de was terechtkomen. Meng rustig, giet gecontroleerd en controleer bij terugkerende problemen de giettemperatuur, gietmethode en vorm van de mal.