Kennis over kaarsen

Een kaars lijkt eenvoudig: een lont, kaarsvet en een vlam. Toch gebeurt er tijdens het branden veel meer dan je op het eerste gezicht ziet. De warmte van de vlam laat het kaarsvet smelten, de lont transporteert de vloeibare was omhoog en uiteindelijk verbrandt de verdampte was in de vlam. Daarbij ontstaan licht en warmte.

Op deze pagina vind je achtergrondinformatie over de werking en samenstelling van kaarsen. We leggen uit waar kaarsen van worden gemaakt, hoe een kaarsvlam zichzelf tijdens het branden in stand houdt, wat bekend is over kaarsen en binnenlucht en hoeveel warmte een kaars daadwerkelijk kan produceren.

Waar worden kaarsen van gemaakt?

Het grootste gedeelte van een kaars bestaat uit brandstof in vaste vorm: kaarsvet. Daarvoor kunnen verschillende wassen en vetten worden gebruikt. Bekende voorbeelden zijn paraffine, stearine, bijenwas en verschillende plantaardige wassen. Ook mengsels van verschillende grondstoffen komen voor.

Welke grondstof wordt gebruikt, heeft invloed op eigenschappen zoals hardheid, smeltgedrag en uiterlijk. Daarnaast bestaat een kaars uit een lont en kunnen afhankelijk van het type kaars kleurstoffen, geurstoffen of andere toevoegingen worden gebruikt.

Meer over de verschillende bestanddelen lees je bij waar worden kaarsen van gemaakt?.

Hoe werkt een kaars?

Bij een brandende kaars is het niet voornamelijk de lont die als brandstof dient. De warmte van de vlam smelt het kaarsvet rondom de lont. De vloeibare was wordt door de lont omhoog getransporteerd, verdampt door de hoge temperatuur en verbrandt vervolgens in de vlam.

De lont speelt daarbij een belangrijke rol. De eigenschappen en afmetingen van de lont bepalen mede hoeveel vloeibare was naar de vlam kan worden aangevoerd. Daarom moeten lont, kaarsvet en formaat van de kaars goed op elkaar zijn afgestemd.

Dit proces verklaart ook waarom een kaars blijft branden, waar het kaarsvet tijdens het opbranden blijft en waarom de vlam verschillende kleuren heeft. Je leest er meer over bij hoe werkt een kaars?.

Zijn kaarsen ongezond?

Bij het verbranden van kaarsvet ontstaan verbrandingsproducten. Een goed brandende kaars kan onder andere kleine deeltjes produceren en bij onvolledige verbranding kan roet ontstaan. De hoeveelheid uitstoot is niet bij iedere kaars en iedere brandsituatie hetzelfde. Onder andere de lont, samenstelling van de kaars, luchtstroming en het brandgedrag hebben hier invloed op.

Dat betekent niet automatisch dat normaal gebruik van kaarsen ongezond is, maar ook niet dat een brandende kaars volledig emissievrij is. Vooral bij veel kaarsen, langdurig branden, slechte ventilatie of zichtbaar roet is het verstandig aandacht te besteden aan de binnenlucht.

Ook rond paraffine, geurkaarsen, sojawas en bijenwas bestaan verschillende gezondheidsclaims. Sommige daarvan zijn genuanceerder dan ze online worden voorgesteld. In zijn kaarsen ongezond? zetten we de belangrijkste feiten en fabels op een rij.

Hoeveel warmte geeft een kaars?

Een kaars geeft niet alleen licht, maar produceert ook echte warmte. Het thermisch vermogen hangt onder andere samen met de grootte van de vlam en de hoeveelheid was die per uur wordt verbrand. Een klein theelichtje en een grote kaars kunnen daardoor aanzienlijk van elkaar verschillen.

Bij één kaars is het vermogen beperkt, maar wanneer meerdere kaarsen tegelijk branden telt de warmte bij elkaar op. Daardoor kunnen meerdere kaarsen samen een verrassend groot thermisch vermogen vertegenwoordigen.

Dat maakt ook de vergelijking met elektrische verwarming interessant. Hoeveel theelichtjes zijn bijvoorbeeld ongeveer nodig om in de buurt van 1.000 watt te komen? En maakt een terracotta bloempot boven theelichtjes werkelijk extra warmte?

De berekeningen en praktische uitleg vind je bij huis verwarmen met kaarsen: hoeveel warmte geeft een kaars?.

Waarom brandt niet iedere kaars hetzelfde?

Het brandgedrag van een kaars wordt bepaald door een combinatie van factoren. De gebruikte was, de lont, de diameter en vorm van de kaars, eventuele toevoegingen en de omstandigheden waarin de kaars brandt spelen allemaal een rol.

Ook de omgeving heeft invloed. Tocht kan een vlam laten flikkeren en de verbranding verstoren. Een verkeerde verhouding tussen lont en kaars kan leiden tot een te kleine of juist te grote vlam. Bij sommige kaarsen ontstaat een brede smeltpool (= smeltbad), terwijl bij andere kaarsen tijdens het branden bewust een buitenrand van was blijft staan.

Daarom bestaat er niet één brandgedrag dat voor iedere kaars geldt. Een theelichtje, dinerkaars en grote stompkaars zijn verschillend opgebouwd en zijn ontworpen voor verschillende manieren van branden.

Waar blijft kaarsvet wanneer een kaars opbrandt?

Het lijkt alsof het kaarsvet tijdens het branden langzaam verdwijnt. In werkelijkheid wordt de was gebruikt als brandstof. De vloeibare was wordt via de lont naar de vlam gebracht, verdampt en reageert daar met zuurstof.

Een groot deel van de koolstof en waterstof uit de brandstof eindigt bij een goede verbranding uiteindelijk in verbrandingsproducten zoals koolstofdioxide en waterdamp. Een kleiner deel kan afhankelijk van de omstandigheden terechtkomen in andere verbrandingsproducten en deeltjes.

De lont is dus vooral het transportsysteem; het kaarsvet levert het grootste gedeelte van de brandstof. Meer over dit proces en de verschillende zones van een kaarsvlam lees je bij hoe werkt een kaars?.

Meer begrijpen over kaarsen

Door te begrijpen hoe een kaars is opgebouwd en wat er tijdens het branden gebeurt, worden veel alledaagse verschijnselen beter verklaarbaar. Waarom wordt een vlam groter bij een bepaalde lont? Waarom ontstaat soms roet? Waarom geeft een grote kaars meer warmte dan een klein theelichtje? En waarom kan een kaars in tocht anders branden?

De vier onderwerpen binnen dit gedeelte van het kenniscentrum behandelen daarom ieder een ander onderdeel: de samenstelling van de kaars, de werking van de vlam, gezondheid en binnenlucht en de warmte die tijdens het branden vrijkomt.

INSPIRATIE EN VOORDELEN
exclusieve kortingen tot 50%